Popgeschiedenis les 4
Het ontstaan van de Rock 'n' Roll en de invloed op Engelse bands
Rond 1950 bestond er nog een strikte rassenscheiding in de Verenigde Staten. Zo had men ook radiostations die enkel blanken bedienden met witte muziek en die, die enkel zwarte muziek uitzonden voor een zwart publiek. Zwarte artiesten waren aangewezen op kleine platenmaatschappijen ( de indies, de onafhankelijken ). Grote platenmaatschappijen waren in het geheel niet geïnteresseerd in zwarte artiesten en zwarte muziek. Ze konden zich ook beslist niet voorstellen dat blanken zwarte muziek zouden ( willen ) kopen. Maar aan het begin van de vijftiger ontstond voor de eerste maal een echte jeugdbeweging die zichzelf apart wilde profileren van hun ouders ( en ook zich er tegen afzette door kleding, houding en muziek ). Voorheen was de smaak van de teenagers gelijk geweest aan die van hun ouders ( en luisterden zij naar de zoetsappige muziek van artiesten als Doris Day en Frank Sinatra ). Deze “Nieuwe Jeugd” werd aangetrokken tot de ritmische zwarte muziek, de R & B. De platenmaatschappijen haakten hierop in door hun eigen blanke artiesten zwarte R & B-nummers te laten uitvoeren ( dit kostte niet veel, daar het fenomeen royalties nog niet in het leven was geroepen ). Doordat de jeugd door de ecomomische opbloei van de V.S. na de Tweede Wereldoorlog nu meer te besteden had, namen de platenmaatschappijen de kans een nieuwe, lucratieve markt aan te boren.
Blanke Country-artiesten gingen nu op geheel eigen wijze de R&B naspelen en zo ontstond de Rock ‘n’ Roll. Deze muziek wordt ook wel aangeduid met de term Rockabilly ( ofwel: blanke R & B met nog veel country-invoeden ). In 1952 kwam de diskjockey Alan Freed uit Cleveland erachter dat de imitaties alleen maar de honger naar het echte, oorspronkelijke zwarte werk deden toenemen. Daardoor nam hij het initiatief om steeds meer Rhythm and Blues op zijn zender te draaien, ook al vermeed hij steevast deze term te gebruiken. De term had inmiddels dezelfde connotatie gekregen als het denigrerende “Race Music”. In plaats hiervan noemde hij de muziek “Rock and Roll”. Binnen zeer korte tijd werd hij de top-DJ van Cleveland, waarna hij overgehaald werd om bij WINS in New York te komen werken. Ofschoon het merendeel van de gedraaide artiesten zwart was, was het luisterend publiek voornamelijk blank.
“Rock and Roll’ werd een populaire term, waar de jeugd gretig mee aan de haal ging, maar de muziek zelf ontbeerde vorm en identiteit. Bovendien was er een gebrek aan een blanke voorman. Een klein label, Essex, ontdekte vervolgens een voormalige countryzanger, Bill Haley. Naar zwarte standaards was Haley bijzonder amateuristisch. In 1954 kocht Decca Haley over van Essex en liet hem twee songs opnemen: ‘Shake, Rattle and Roll’ ( een oude hit van Joe Turner ) en “Rock Around the Clock”. Binnen een jaar was Bill Haley and the Comets een begrip en hadden zij nagenoeg vijf miljoen platen verkocht.
Maar deze wat oudere Bill Haley ( die ook furore maakte in Engeland ) zou snel ingehaald worden door Elvis Presley. De muziek van Elvis Presley, die qua invloed op de Popmuziek Haley in de schaduw stelt met zijn Rockabilly, was veel ruiger dan die van Haley. Opnametechnicus Sam Phillips van Sun-records had aan het begin van de vijftiger jaren een bepaalde muzikale stijl in zijn gedachten en was op zoek naar een geschikte uitvoerder. Hij was ervan overtuigd dat een blanke man uit het zuiden deze sound zou kunnen benaderen. Er waren nog steeds veel haatgevoelens tussen de blanken en de zwarten in het zuiden, maar muziek was het enige gebied waarop zij elkaar enigszins naderden. Jonge blanken waren gek op de zwarte muziek, maar de tijd was nog niet rijp om zwarte bands te presenteren an een blank publiek.
En toen kwam Elvis op de proppen. In de zomer van 1953 kwam Elvis Presley (Tupelo, Mississippi, 1935) terecht in de studio van Sam Phillips om aldaar twee nummers op te nemen voor een bedrag van 4 dollars. Phillips bemerkte een bepaalde kwaliteit in de zang van Elvis maar had geen idee of het commercieel te maken was. Elvis zelf beheerste veel stijlen, daar hij naar veel soorten muziek geluisterd had. Op een onbewaakt ogenblik, tussen de opnames in, zong Elvis het nummer ‘That’s Allright, Mama’ en dit fascineerde Sam Phillips zodanig dat hij het op de markt bracht met op de B-kant ‘(Old) Blue Moon of Kentucky’ van Bill Monroe. In feite werd nu een puur blanke Countrysong uitgebracht tezamen met een echte zwarte song, iets dat nog niet eerder vertoond was. Uiteindelijk verkocht ‘That’s Allright’ redelijk goed, maar louter in Memphis. Toen Presley furore begon te maken in het Zuiden brak in het Noorden de rage los rond Bill Haley’s ‘Rock Around the Clock’.
Sam Phillips had ook gitarist/zanger Carl Perkins onder contract en hij had eigenlijk geen behoefte aan twee artiesten met dezelfde stijl in zijn stal. Daardoor verkocht hij en zijn Sun Records Elvis aan Colonel Tom Parker (Nederlander van oorsprong) en wel voor de prijs van 35.000 dollar. Ook RCA kocht een belang van zesduizend dollar en in 1956 maakte Elvis zijn eerste plaat voor deze maatschappij. Binnen een maand stond ‘Heartbreak Hotel’ op nummer één van alle bekende hitlijsten (charts).
Elvis’ stijl is moeilijk te omschrijven omdat het veel zaken bevat: Country, Gospel en Rhythm and Blues en dit alles bij elkaar gevoegd. Sponsoren zorgden ervoor dat Elvis enkel vanaf zijn middel op TV te zien was. Geestelijken noemden hem zondig vanwege zijn wulpse heup – en beenbewegingen. Geleid door Tom Parker werd Elvis een groot artiest, “a one-man industry” met een miljoenen omzet. Toen Presley werd opgeroepen voor zijn dienstplicht liet Parker voorkomen alsof dit een vrijwillige stap was om weer op adem te kunnen komen. Elvis the Monster was nu plotseling Elvis the American Boy geworden. Na zijn diensttijd was Elvis veranderd in een plezierige jongeman. Zijn platen waren nu futloos al verkochten ze uitstekend; zijn speelfilms waren ongeïnspireerd. Maar in zijn bloeitijd heeft hij zwart en blank verenigd.
Andere artiesten verdwenen geruisloos van het toneel, zoals Chuck Berry die voornamelijk bekendheid genoot bij een zwart publiek, lange tijd in de gevangenis verbleef en jaren later weer een beetje terugkwam middels Rock Revival Shows. Er was wellicht slechts één figuur die nooit de Rock and Roll vaarwel heeft gezegd en dat is Jerry Lee Lewis (‘the Killer’), eveneens door Sam Phillips ontdekt. Lewis mengde zwarte en witte stijlen door elkaar op de piano. Bekend werd hij ook door het spelen van de piano met zijn voeten, het staan op de piano, zijn wilde haardos, en ander extravagant gedrag ( zoals het schandaal dat hij veroorzaakte door te trouwen met zijn minderjarige nichtje ). Hits van zijn hand waren ‘Great Balls of Fire’ en ‘Whole Lot of Shaking Going On’.
Gitarist Carl Perkins werd de eerste blanke, zuidelijke artiest die de Amerikaanse Top 20 bereikte met het nummer ‘Blue Suede Shoes’, een week vóór Elvis Presley’s ‘Heart Break Hotel’. Maar het zat Perkins niet mee, daar hij betrokken raakte bij een ernstig auto-ongeluk waardoor hij zelf maandenlang in het ziekenhuis moest verblijven. Al is dit nummer de enige hit van Carl Perkins, toch bleven vele muziekliefhebbers hem beschouwen als de “The Real King of Rock ‘n’ Roll”. Dit heeft vooral te maken met zijn sublieme gitaarspel en het feit dat hij zelf zijn nummers schreef.
Elvis Presley en Jerry Lee Lewis vormen de belangrijkste representanten van de witte Rock ‘n’ Roll. Gaandeweg gingen sommige zwarte artiesten ertoe over hun muziek te spelen voor een blank publiek, terwijl ze daarvoor enkel een zwart gehoor bedienden. Als voorbeeld hierbij dient pianist Fats Domino (uit New Orleans), gitarist/zanger Chuck Berry, die door Muddy Waters ontdekt werd en door hem aanbevolen werd bij Chess Records en Little Richard. Fats Domino, Chuck Berry en Little Richard vormen tezamen de drie belangrijkste zwarte Rock ‘n’ Roll-spelers. Fats Domino speelde al in een soort Rock ’n’ Roll-stijl in New Orleans, voordat hij ontdekt werd door het blanke R ‘n’ R-publiek. ‘Blueberry Hill’ was zijn eerste grote hit. Chuck Berry’s eerste plaat ‘Maybellene’ werd al gauw de meest gewilde plaat op Alan Freed’s Radio Rock and Roll-programma in New York. Chuck Berry’s succes is grotendeels te verklaren door de inhoud van zijn teksten. Deze spraken de blanke, tegen hun ouders, school en werk rebellerende jeugd zeker aan daar zij handelden over spanning en plezier in het leven, snelle auto’s, dansen en sex. Voor de eerste keer had de jeugd, de teenagers, hun eigen muziek. Generaties voor hun hadden geluisterd naar de muziek van hun ouders, maar hier was nu een grote verandering in gekomen.
Little Richard (Richard Penniman), “The King of Screamers”, is na een vliegtuigbrand, die hij wonderbaarlijk overleefde, evangelist geworden en heeft zich zeven jaar teruggetrokken uit de showbiss. Pas nadat de Beatles, die hij deels beïnvloed had, waren opgekomen keerde hij terug naar de Rock ‘n’ Roll. Hij werd bekend met ‘Tutti Frutti (au Rutti)’ uit 1955.
Chuck Berry’s volgende hit was ‘Roll over Beethoven’ en kenmerkend voor zijn ‘act’ was de “Duck Walk” ( al spelend gebogen door de knieën lopen ).
Zanger /pianist Ray Charles (1930-2004) stopte rond het midden van de vijftiger jaren met het spelen van de traditionele 12-matige Bluesmuziek en ging experimenteren met een mix van traditionele gospel en blues. Hiervoor was de gospel nagenoeg nooit vermengd met de blues; voor religieuze zwarten was de blues dan ook “Devil’s music”. Zo heeft de beroemde gospelzangeres Mahalia Jackson nooit en te nimmer de Blues gezongen.
Nagenoeg in zijn eentje heeft Ray Charles de zwarte muziek veranderd; van Blues naar Soul, dat rond het midden van de zestiger jaren het hoofdbestandddeel vormde van de toenmalige zwarte muziek.
Invloed op Engelse bands.
Het Amerikaanse voorbeeld sloeg aan in Engeland; tenminste bij het publiek. De Britse popmuziek had een kleine contributie geleverd met de eenvoudig uitvoerbare Skiffle-muziek (muziek met kazoo en zeepkistbas). Deze muziekstijl was het Engelse equivalent van de Amerikaanse jug band dat gegroeid was uit de traditionele Jazz van Chris Barber en Lonnie Donegan. De benaming Skiffle komt uit Chicago en was muziek die op rentparties werden gespeeld ( feesten waarbij de toegangsprijs gebruik werd om de huur van het betreffende pand te kunnen betalen ). De bezetting van Cliff Richard’s begeleidingsgroep, The Shadows, te weten : leadgitaar, rhythmgitaar, basgitaar en drums, zette een nieuwe trend binnen de bandjes.
In 1963 ontstond er plotseling weer veel leven in de brouwerij van de Pop. Nu niet in de Verenigde Staten, maar juist in Engeland, waar de Beatmuziek werd ontwikkeld. Bands als The Beatles, The Rolling Stones, The Who, The Kinks e.a. starten met het naspelen van de Amerikaanse Rhythm & Blues om daarna een eigen stijl te ontwikkelen. Hiermee kwam de energie van de Rock ‘n’ Roll weer terug in de populaire muziek en al snel staken de leerlingen de meesters naar de kroon. Sprak de Rock ‘n’ Roll eerst de arbeidersjeugd aan, nu gingen jongeren uit alle geledingen van de maatschappij singles kopen en de verkoop hiervan steeg enorm.
The Beatles die naderhand werden beschreven als “Bigger than Jesus Christ” raakten bekend in 1962 door het kleine succes van het nummer “Love Me Do”. The Beatles zijn afkomstig uit Liverpool, een muzikale stad aan de rivier de Mersey. Binnen een jaar na -Love Me Do waren alleen al in Liverpool 350 bandjes actief. De muziek werd Mersey-Beat genoemd. In 1963 werd “She Loves You” een grote hit, waarmee The Beatles in Amerika doorbraken.
In de club The Cavern in Liverpool leerde manager Brian Epstein “the fabulous Four” kennen, die hen na een aanvankelijke aarzeling wel wilde managen. Hij bracht orde op zaken. Tussen 1962 ( “Love Me Do” ) en 1967, het jaar waarin Epstein stierf, werden 230 songs geschreven, nagenoeg één per week, en werden meer dan 200 miljoen platen verkocht.
In Londen zelf baseerde de muziek zich voornamelijk op Chuck Berry én de Chicago-blues van Muddy Waters. The Rolling Stones startten in 1962 en de leden zijn afkomstig uit de muzikale cirkel rond bluesgitarist Alexis Corner. De Stones waren al snel de belangrijkste groep in Engeland na de Beatles en de scheiding deed zich voor ( tot teleurstelling van de Beatles zelf ) dat de Beatles voor de “nette” jeugd waren en de Stones voor de meer opstandige jeugd.
Een lange lijst van Britse bands bezocht de V.S. al in 1965, waaronder The Rolling Stones, Herman’s Hermits, The Animals, The Kinks, The Hollies, The Moody Blues en The Who ( de gillende meisjes in de stadions, waar o.a. The Beatles optraden, spreken boekdelen ). Muzikaal gezien veroorzaakten ze aldaar een grote schok vanwege hun liefde voor de zwarte Rhythm and Blues. Een hele generatie Amerikanen begon zich af te vragen waarom ze deze muziek zolang hadden genegeerd; de witte radiozenders zonden in eerste instantie geen zwarte muziek uit. Ondanks het feit dat deze muziek in hun eigen land was ontstaan hoorden veel blanke Amerikanen voor de eerste maal elektrische Blues en het duurde niet lang of de acoustische gitaren werden ingeruild voor elektrische varianten. Veel Amerikaanse groepen werden beïnvloed door The Beatles, waaronder The Byrds. Jim “Roger” McGuinn van The Byrds ging hierop een soort “Mersey beat” in zijn songs verwerken. Het nummer “Mr.Tambourine Man”, een nummer van folkzanger Bob Dylan, werd in de versie van The Byrds een wereldwijde hit.
In Los Angeles aan de Westkust van de V.S. ontstond een nieuwe sound o.i.v. Leo Fender’s ( én gitarist Dick Dale’s ) reverb ( de electronische galm ); de Surfsound. The Beach Boys ( Carl, Dennis & het muzikale brein Brian Wilson ) waren succesvol in de V.S., maar het waren de Beatles die hen aanzette om uit hun “Coke-surfing Image” te breken en het haar te laten groeien. De Surfsound omhelst meerstemmige zang in combinatie met galmende gitaren.