Hoofdstuk 6: Meerstromenland

6.2 Citaten en collage

 

Grenzen aan de Groei
De groeiende kloof tussen het publiek en nieuwe abstracte kunst aan de ene kant en het mondiale succes van de populaire cultuur aan de andere kant heeft ervoor gezorgd, dat men het modernisme de laatste decennia als mislukt beschouwt. Een groep onderzoekers die zich De Club van Rome noemde, publiceerde in 1972 het rapport Grenzen aan de Groei, waarin een keerpunt in de vooruitgangsgedachte wordt bepleit: er moet een prijs betaald worden voor de welvaart (grondstoffenverbruik, milieuverontreiniging en bevolkingsgroei dienen te worden teruggedrongen). Men begon te twijfelen aan de voordelen van de vooruitgang, zowel in economisch als in artistiek opzicht.

Als gevolg daarvan is er een groeiende tendens om de verschillen tussen culturen te relativeren: het inclusieve postmodernisme in plaats van het exclusieve modernisme (dat alleen wat vooruitgang brengt van belang achtte). Veel kunstenaars deconstrueren de culturele codes waarmee men wordt geconfronteerd om de complexiteit van onze maatschappij te kunnen analyseren. Componisten doen dit door verschillende stijlen in een werk te combineren, soms zelfs door muziek uit het verleden letterlijk te citeren.

Citaten en collages
Voor Luciano Berio (1925-2003) zijn de citaten in zijn Sinfonia (1968) op te vatten als een onderzoek naar de overeenkomsten tussen muzikale tradities. Anderen, zoals Frederic Rzewski (1938), citeren om politieke kwesties aan de orde te stellen of, zoals Alfred Schnittke (1934-1998) om de expressieve inhoud van hun muziek te intensiveren door er een nieuwe (vaak ironische) betekenislaag aan toe te voegen.

Nu structurele innovatie een eindpunt heeft bereikt worden subjectiviteit en narrativiteit weer belangrijker in het werk van veel componisten. Vandaar de hernieuwde interesse in oude genres als de symfonie of de opera. Volgens de filosoof Gilles Deleuze (1925-1995) is de hedendaagse kunstenaar een nomade, vrij om zich tussen verschillende culturen te bewegen. Een voorbeeld hiervan is het werk van Tan Dun (1957), een Chinese componist die nu in New York woont en die in zijn werk uiteenlopende elementen gebruikt als de muziek van Bach, geluiden uit de natuur en Chinese volksmuziek.

Muziekvoorbeeld: Tan Dun: Ghost Opera (1994), waarin Bach wordt gecombineerd met Chinese volksmuziek