Hoofdstuk 4: Schoon schip maken

4.3 Laboratorium in Europa

Serialisme

Muziek (en kunst in het algemeen) werd in de vroege jaren vijftig gezien als een permanente revolutie: het verleden werd verworpen en het compositieproces werd gerationaliseerd en gesystematiseerd om op die manier tot een nieuwe, niet nationaal gebonden, niet-expressieve muzikale taal te komen. Dit is te beschouwen als een reactie op de Tweede Wereldoorlog, waarin de klassieke (romantische) traditie te zeer was verbonden met het naziregime om de basis te kunnen zijn voor een nieuwe tijd. Jonge componisten zagen in de gerationaliseerde structuren van Weberns twaalftoonsmuziek wel een aanknopingspunt voor nieuwe ontwikkelingen.

De oudere Franse componist Olivier Messiaen (1908-1992), die les gaf aan het Parijse conservatorium, was een belangrijk voorloper omdat hij een van de eerste was die ritme en toonhoogte onafhankelijk van elkaar structureerde. Hij gebruikte ritmische ladders en dynamische ladders parallel met toonladders (modi), maar niet in een vaststaande volgorde zoals bij de reeksentechniek.
De jonge componisten Pierre Boulez (1925) en Karlheinz Stockhausen (1928) begonnen wel Schönbergs reeksentechniek toe te passen op andere muzikale parameters (ritme, dynamiek, timbre). Op die manier wordt iedere klank het resultaat van gedifferentieerde getallenreeksen die elkaar op gecompliceerde wijze kruisen. In tegenstelling tot Schönbergs opvatting van de reeks als een motivisch muzikaal element, is de functie van de reeks nu het reguleren van het compositie proces. Voor de luisteraar is er weinig verschil tussen de zeer gecontroleerde pointillistisch seriële muziek en de vrije toevalsbepaalde muziek.

Muziekvoorbeeld: Pierre Boulez: Structures 1 (1952)

boulezstockhausen56 (22K)

Pierre Boulez (l.), Bruno Maderna (m.) en Karlheinz Stockhausen bij de Internationale Zomercursus in Darmstadt,1956

Groepentechniek

Om het aanvankelijk nogal veronachtzaamde gevoel voor vorm beter te kunnen hanteren en bovendien in staat te zijn voor grotere bezettingen te schrijven, vond Stockhausen zijn groepentechniek uit (in tegenstelling tot serieel pointillisme). Hij wilde de parameters van grotere klankgroepen serieel organiseren en daarmee de statistische dichtheid beter controleren. Het is serialisme in de bredere zin van het zoveel mogelijk differentiëren tussen uitersten. Vandaar dat Stockhausens muziek vaak een uitgesproken dramatisch karakter heeft.

Gruppendef (30K)

Schema van Stockhausen met chromatische tempoverhoudingen

Stockhausen herstelde de correspondentie tussen structuur op kleine schaal en vorm op grote schaal door te wijzen op de overgang van puls naar toon: we horen een puls vanaf ca. 16 Hz als een zeer lage toon. Door de trillingsverhoudingen van toonhoogten toe te passen op toonduur kon hij bijvoorbeeld een chromatische temposchaal samenstellen ( kwart (1K) = 60; een octaaf is kwart (1K) = 120; een kwint is kwart (1K) = 90; een secunde is kwart (1K) = 63.5) en daarmee grotere muzikale eenheden. Binnen deze grotere eenheden (in een gegeven tempo) wordt het karakter van een passage ingekleurd door een meer of minder dichte schrijfwijze, meer of minder instrumenten resoneren mee.

Muziekvoorbeeld: Karlheinz Stockhausen: Gruppen voor 3 orkesten (1955/57), ook de ruimte wordt (serieel) meegecomponeerd