Afterbeat Nadruk op de tweede en vierde tel van de vierkwartsmaat, de zwakke maatdelen. (ook: offbeat)
Beat 1. Tel, maatslag, beklemtoond maatdeel.
2. Aanslag van een instrument.
3. Ritmepatroon van bas en drums.
4. Muziekstijl jaren ’50 en ’60 uit Liverpool.
Bpm 1. Beats per minuut.
2. Elektronische metronoom, in combinatie met een getal (bv.120 bpm) geeft dit bij moderne dansmuziek aan hoe vaak de basdrum speelt in één minuut.
Break Onderbreking van het ensemblespel gedurende een aantal tellen of maten, terwijl een solist eventueel doorspeelt. De eerste tel van zo’n break wordt duidelijk gemarkeerd.
Breakbeat Gebruik van drumsamples om een beat te maken die bestaat uit: syncopen/polyritmiek/ shuffle op de hi-hat en een kick drum die steeds een tel overslaat
Bridge Gedeelte in een muziekstuk dat afwijkt van de coupletten en refreinen.
Chorus 1. Refrein, na een voorafgaand verse (couplet).
2. Het akkoordenschema van een compositie waarop wordt geïmproviseerd.
3. Elektronisch geluidseffect apparaat. Geeft een bredere, vollere klank aan het instrument.
Cross over Het met elkaar combineren van verschillende muziekstijlen.
Equalizing Het versterken of verzwakken van frequenties om de klankkleur te veranderen.
Fill Een kort ritmisch of melodisch fragment, gespeeld op een moment in de melodie dat ruimte biedt voor een soort ‘onderbreking’. Fills kunnen door elk instrument gespeeld worden. De volgende functies worden aan Fills toegekend: 1. Koppelfunctie tussen frases 2. Response-functie 3. Het einde van een chorus markeren
Kickbeat Een sterk benadrukken in vierkwartsmaat waarin elke tel door de basdrum (= ‘kick’) benadrukt wordt.
Mixen DJ-term; het op zodanige manier maken van een overgang tussen twee verschillende muziekstukken dat (bijna) niet te horen is dat er een overgang plaatsvindt.
Studio-term: proces waarbij verschillende geluidskanalen samengebracht worden in 1 of meerdere kanalen.
Powerakkoord Bestaat uit een grondtoon en een kwint en een toegevoegd octaaf op de grondtoon.
Riff Een kort, herkenbaar, sterk ritmisch motiefje, dat gedurende de compositie een aantal keren wordt herhaald.
Sample Een analoog geluid (bv. stemmen, muziekopname, buitenmuzikaal geluid) dat digitaal is omgezet zodat het bewerkt kan worden.
Scratchen Het met de hand ritmisch heen en weer bewegen van een vinylplaat onder de naald waardoor een opvallend en krassend geluid ontstaat.
Skiffle Britse ‘country’ muziek uit de jaren vijftig. Men gebruikt voornamelijk huishoudelijke artikelen (wasbord, zeepkist) om op te spelen. Is ontstaan uit dixieland, folk, blues.
Slappen/Slapping bass Met de duim worden de snaren van de basgitaar aangeslagen zodanig dat de snaar in aanraking komt met de metalen frets, terwijl de andere hand de snaar – in meer of mindere mate – dempt.
Track Een nummer op lp of cd.
Studio-term: een geluidsspoor van een opname.
te downloaden muziekwerk.
Turntablism Virtuoos omgaan met draaitafels waarbij verschillende draaitafel technieken worden gebruikt (bv. scratchen, equalizing).