| Transpositie | muziek in een andere toonsoort zetten (bijvoorbeeld: melodie c-d-e (in C-groot) wordt nu in A-groot: a-b-cis. |
| Cadens, harmonisch | Slotformule, bijv. V-I. |
| Chromatiek | Halve toonsafstanden. |
| Dominant-tonica progressie | De vijfde trap die de behoefte heeft om terug te gaan naar de eerste trap (waardoor komt dat? De LEIDTOON!) |
| Enharmoniek | Wanneer twee tonen verschillend genoteerd zijn, maar hetzelfde klinken. Bijvoorbeeld: cis en des. |
| Harmonische analyse | Trappenanalyse, toonsoortenanalyse, cadensenanalyse. |
| Toonsoort, majeur (bijvoorbeeld C majeur) | Ook wel C groot. Afstanden: 1-1-1/2-1-1-1-1/2. Bijvoorbeeld: c-d-e-f-g-a-b-c. |
| Toonsoort, mineur (harmonische - melodisch - natuurlijk) | Ook wel C klein. Afstanden natuurlijk/oorspronkelijk mineur: 1-1/2-1-1-1/2-1-1. Harmonisch = verhoogde 7. Melodisch = verhoogde 6&7 (alleen bij stijgend!!), dalend: natuurlijk/oorspronkelijk mineur. |
| Modulatie | Langere tijd in een andere toonsoort blijven (op vakantie in Frankrijk). |
| Moll-dur | Mineur tonen in een majeur toonladder (vooral verlaging van de 6e toon is de standaard moll-dur). |
| Parallelle kwinten, parallelle octaven | Melodie die parallel loopt aan elkaar met de afstand van een kwint of octaaf. |
| Parallelle toonsoort | Van C-groot is A-klein de mineur parallel toonsoort. De toonsoort met dezelfde voortekens (bereken je door vanaf de grondtoon van de majeur toonsoort een kleine terts omlaag te gaan) |
| Romeinse trapcijfers | De harmonische trappen in een toonsoort, bijv.: I-II-III-IV-V-VI-VII |
| Tussendominant | Een niet-laddereigen akkoord, wat de kunstmatige vijfde trap is voor een andere trap dan trap I. |
| Tonaliteit | Duidelijke relaties tussen de noten uit majeur-mineur-ladder. Specifiek tonaal centrum. Duidelijke tonica, grondtoon. Voorspelbaar. Bevat cadensen. Dissonanten worden opgelost. Modulaties niet verder dan 1 mol of kruis ervan af. Bijv. Mozart en Bach. |
| Atonaliteit | Zonder vast tooncentrum/toonsoort (grondtoonloos). Chromatiek staat centraal. Modulaties kunnenn naar allerlei toonsoorten door chromatiek. Geen cadensen en relaties. Twee soorten: Vrije atonaliteit: niet vanuit bepaalde principes. Gebonden atonaliteit: gebonden aan dodecafonie (twaalftoonstechniek). Bijv. Schoenberg en Webern.. |
| Modaliteit | Geen majeur/mineur, ook geen chromatische toonreeksen, maar kerktoonsoorten of zelfbedachte toonreeksen. Centrale toon oof centrumakkoord als oriëntatiepunt. Oude tonale regels worden genegeerd, maar wel gebruik van diatonisch ladders en/of oude kerkmodi zijn gebruikt. Bijv. Debussy of Satie. |
| Tonica | De grondtoon. |
| Tonicalisatie | Het muziekstuk verandert even naar een andere toonsoort (tanken in Duitsland). |
| Tonaal | Zie tonaliteit. |
| Drieklank, majeur, mineur, verminderd, overmatig; grondtoon van een drieklank | Drieklank. Grondligging, 1e omkering (6, sextligging, terts ligt onderin), 2e omkering (6/4, kwart-sext ligging, kwint ligt onderin) |
| I-V-I | Voorbeeld harmonisch cadens. |
| I-IV-V-I | Voorbeeld harmonisch cadens. |
| I-II-V-I | Voorbeeld harmonisch cadens. |
| bIV | p.m. |
| bVII | p.m. |
| deceptive cadens | p.m. |
| dominant septiem akkoord | p.m. |
| dubbele plagale cadens | p.m. |
| imperfecte cadens | p.m. |
| perfecte cadenss | p.m. |
| plagale cadens | p.m. |
| Picardische terts | p.m. |