Akkoordsymbolen

De volgende symbolen voor drie- en vierklanken gebruikt worden:

  1. Algemene regels voor de gehanteerde systematiek: In volgorde van links naar rechts aangeven:
    • Grote hoofdletter voor de grondtoon
    • Terts: is die groot, dan geen toevoeging, is die klein, dan “mi” als toevoeging op de basis-regellijn
    • Septiem: een grote septiem wordt “maj7” als superscript, klein septiem wordt “7” in superscript
    • Kwint: is die rein, dan geen toevoeging, is die verminderd of overmatig, dan “b5” resp “#5” in superscript toevoegen
    • Bastoon: is die anders dan de grondtoon, dan een schuine streep (slash) rechts van het akkoordsymbool plaatsen en de bastoon als grote hoofdletter achter de streep noteren bijvoorbeeld:
  2. Afwijkend van de algemene regels zijn enkele verkorte schrijfwijzen zeer gebruikelijk:
    • Fo7 of Fdim7 ipv Fmib7b5 (de laatste wordt zelfs nooit gebruikt)
    • Fø ipv Fmi7b5, laatste heeft echter de voorkeur
    • F+ ipv F#5, laatste heeft de voorkeur