%%stretchlast 1

 

1.2 Construeren van drieklanken.

Als we weten dat een gegeven toon grondtoon is, dan kunnen we vrij gemakkelijk drieklanken en omkeringen berekenen.

Voorbeeld:
Vraag: wat is het sextakkoord van de grote drieklank op grondtoon c.
Antwoord: grote drieklank = c-e-g en sextakkoord = e-g-c’

 

 

X: 1
T: Drieklank en eerste omkering
M: none
L: 1/1
K: C
[CEG] | C E G || [EGc] | E G c ||

 

Lastiger is het wanneer we omkeringen moeten berekenen op een gegeven bastoon. De oplossingsmethode hierbij is: eerst de grondtoon bepalen, dan de drieklank aanvullen, en tenslotte de gevraagde omkering opstellen. Twee voorbeelden:

Voorbeeld:
Vraag: een sextakkoord van een grote drieklank, met als bastoon fis of anders gezegd: een sextakkoord op toon fis.
Antwoord: een sextakkoord heeft als bastoon de terts van de drieklank. Toon fis is dus de (grote) terts van de bewuste grote drieklank. De grondtoon van de drieklank is dan d. De grote drieklank van d is d-fis-a. Het sextakkoord hiervan is fis-a-d’.

 

 

X: 1
T: Gegeven bastoon: bepaal eerste omkering grote drieklank
M: none
L: 1/1
K: C
"\Bastoon sextakkoord"^F || "F# is terts grote 3klank"[D^FA] | D ^F A || "Antwoord"[^FAd] "ook andere ligging:"[^Fda] ||

 

Voorbeeld:
Vraag: het kwartsextakkoord van een kleine drieklank op toon es.
Antwoord: een kwartsextakkoord heeft als bastoon de quint van de drieklank. Toon es is dus de (reine) quint van de bewuste kleine drieklank. De grondtoon is dan as. De kleine drieklank van as is dus as-ces’-es’. Het kwartsextakkoord hiervan is es’-as’-ces’’.

 

 

X: 1
T: Gegeven bastoon: bepaal tweede omkering grote drieklank
M: none
L: 1/1
K: C
"Bastoon kwartsextakkoord"_E || "Es is kwint kleine 3klank"[_A,_C_E] | _A,_C_E || "Antwoord"[_E_A_c] "ook andere ligging:"[_E_c_a] ||

 

Zie verder Werkblad Drieklanken onder: klik hier