%%bgcolor white
%%scale 0.80
%%measurenb 0
%%rightmargin 0.8cm
%%staffsep 1.5cm
%%pagewidth 21cm
%%topspace 0cm
%%leftmargin 0.1cm
%%topmargin 0cm
%%botmargin 0.5cm
%%sysstaffsep 1.0cm
%%composerspace 0
%%staffscale 1.5
%abc-2.2
%%writefields Q false
%%beginps
/caret{2 copy M -2 8 RM 2 3 RL 2 -3 RL stroke
/Helvetica 8 selectfont M -2 1 RM show}!
%%endps
%%deco c1 3 caret 10 3 3 1
%%deco c2 3 caret 10 3 3 2
%%deco c3 3 caret 10 3 3 3
%%deco c4 3 caret 10 3 3 4
%%deco c5 3 caret 10 3 3 5
%%deco c6 3 caret 10 3 3 6
%%deco c7 3 caret 10 3 3 7
%%deco c8 3 caret 10 3 3 8
%------------------------------------
%horizontal bracket
%------------------------------------
%%beginps
/h_brackets_z {
moveto -6 3 rmoveto
gsave
2 2 rmoveto
0 -4 rlineto
12 add 0 rlineto
0 4 rlineto
stroke
grestore
} def
%%endps
%%deco h_br( 7 - 10 0 0
%%deco h_br) 7 h_brackets_z 20 0 0
%%titleleft 1
%%musicspace 0
%%composerspace 0
%%stretchlast 1
%%staffsep 66pt
%%vocalspace 18
%%titlefont Times-Bold 16
%%vocalfont Times 14
%%measurefont Times-Italic 12
%%annotationfont Times 8
1. Kwintvalreeks (Kwintvalsequens)
Akkoorden kunnen elkaar zo opvolgen, dat ieder akkoord in dominantverhouding staat tot het volgende, dus als een V - I - verhouding.
Maken we hiermee een lange reeks, dan is het resultaat de kwintvalsekwens:
I - IV - VII - III - VI - II - V - I
Deze reeks kan op elk akkoord beginnen en 'over de I heen' gaan. In lichte muziek blijft de reeks meestal beperkt tot
II - V( - I), VI - II - V( - I) of III - VI - II - V( - I)
Als de akkoorden in grondligging zijn gebruikt, springt de bas afwisselend een kwint omlaag en een kwart omhoog, wat harmonisch geen verschil maakt:
%%stretchlast 1
X:1
T:
M:C|
L:1/2
%%MIDI program 79
Q:1/1=72
V:1 clef=treble
V:2 clef=bass
%%staves {1 2}
K:C
%%annotationfont Times 14
V:1
[Gce] [Acf] | [FBd] [GBe] | [EAc] [FAd] | [DGB] [EGc] ||
V:2
C F, | B, E, | A, D, | G, C, ||
w:C:I IV VII III VI II V I
X:2
T:
M:C|
L:1/2
%%MIDI program 79
Q:1/1=72
V:1 clef=treble
V:2 clef=bass
%%staves {1 2}
K:Cmin
%%annotationfont Times 14
V:1
[Gce] [Acf] | [FBd] [GBe] | [EAc] [FAd] | [DG=B] [EGc] ||
V:2
C F, | B, E, | A, D, | G, C, ||
w:Cm:I IV VII III VI II V I
In mineur wordt alleen bij V de leidtoon gebruikt en niet bij VII en III, omdat alleen V gevolgd wordt door I. Verder kunnen we opmaken, dat één van de kwinten zonder bezwaar verminderd kan zijn (in majeur IV - VII, in mineur VI - II).
2. Gebruik
In het algemeen is een sequens een muzikaal patroon ('model' als het ware) dat een aantal malen hetzelfde interval lager of hoger wordt herhaald ('herhaling op andere toonhoogte'), waarbij de herhalingen elkaar direct opvolgen. Je kunt een kwintvalsequens bijv. opvatten als een harmonisch model I - IV, dat telkens een secunde lager wordt herhaald: I-IV wordt VII-III, dat wordt VI-II, op zijn beurt gevolgd door V-I, wat weer gevolgd kan worden door IV-VII (!), etc.. Tegelijkertijd worden melodische patronen herhaald, in ons voorbeeld een secunde-cel (E-F, D-E, etc.).
Door middel van een sequens kan een componist een beweging enige tijd in één richting voortzetten. Daarom zijn sequensen karakteristiek voor tonale muziek, ook als het doel van die beweging niet altijd helemaal duidelijk is - onzekerheid over het doel is een vorm van spanning.
In jazz-standards zijn dit soort 'klassieke' sequenzen (met harmonische én melodische patronen) vrij zeldzaam; wel komen veelvuldig harmonische sequenzen voor (alleen het akkoordpatroon wordt hetzelfde interval hoger of lager herhaald), of melodische (waarbij de herhalingen van het melodisch patroon niet op analoge wijze worden geharmoniseerd). Wellicht is het daarom beter in jazz-harmonie te spreken van een 'kwintvalreeks' in plaats van 'kwintvalsequens'.
De standard "Autumn leaves" laat een aantal klassieke sequenzen horen. (Dit is echter niet het enige waarin deze standard afwijkt van wat normaal is bij de doorsnee jazz-standard.)