1. Inleiding
Uitgezonderd zeer simpele (pop)liedjes komen er in de meeste stukken akkoorden voor die niet laddereigen zijn. Enerzijds betreft het hier een aantal op zichzelf staande verschijnselen zonder gevolgen voor de functie van het akkoord, anderzijds (en dat in de meest voorkomende gevallen) gaat het om z.g. tussentrappen.
Zij vormen de meest 'lichte' verwijzing naar een andere toonsoort, zonder dat deze toonsoort ook echt wordt aangedaan, dwz: zonder dat er iets gebeurt in een nieuwe toonsoort.
Vergelijk: het bord bij een afslag van een autosnelweg wijst naar een bepaalde stad; zolang je die afslag niet daadwerkelijk neemt, kom je daar niet. (Vaak gebruik je tijdens een reis de plaatsnamen op dat soort borden wel als oriëntatie: zo verwijzen tussentrappen naar toonsoort-eigen trappen, of tussentrappen ervan.)
Het is echter wel mogelijk dmv tussentrappen naar andere toonsoorten te gaan (zoals je door een afslag te nemen naar een bepaalde stad kunt gaan).
Elk akkoord (zowel laddereigen als laddervreemd) kan voorafgegaan worden door één of meer akkoorden die alleen gerelateerd kunnen worden aan dat akkoord en niet aan de hoofdtoonsoort. Notatie hiervan geschied d.m.v. (.....) or ..../.... (bijv: (V) or V7/III)
Tussentrappen vullen vaak de hierboven beschreven basis-akkoordformules op.