%%bgcolor white
%%scale 0.80
%%measurenb 0
%%rightmargin 0.8cm
%%staffsep 1.5cm
%%pagewidth 21cm
%%topspace 0cm
%%leftmargin 0.1cm
%%topmargin 0cm
%%botmargin 0.5cm
%%sysstaffsep 1.0cm
%%composerspace 0
%%staffscale 1.5
%abc-2.2
%%writefields Q false
%%beginps
/caret{2 copy M -2 8 RM 2 3 RL 2 -3 RL stroke
/Helvetica 8 selectfont M -2 1 RM show}!
%%endps
%%deco c1 3 caret 10 3 3 1
%%deco c2 3 caret 10 3 3 2
%%deco c3 3 caret 10 3 3 3
%%deco c4 3 caret 10 3 3 4
%%deco c5 3 caret 10 3 3 5
%%deco c6 3 caret 10 3 3 6
%%deco c7 3 caret 10 3 3 7
%%deco c8 3 caret 10 3 3 8
%------------------------------------
%horizontal bracket
%------------------------------------
%%beginps
/h_brackets_z {
moveto -6 3 rmoveto
gsave
2 2 rmoveto
0 -4 rlineto
12 add 0 rlineto
0 4 rlineto
stroke
grestore
} def
%%endps
%%deco h_br( 7 - 10 0 0
%%deco h_br) 7 h_brackets_z 20 0 0
%%titleleft 1
%%musicspace 0
%%composerspace 0
%%stretchlast 1
%%staffsep 66pt
%%vocalspace 18
%%titlefont Times-Bold 16
%%vocalfont Times 14
%%measurefont Times-Italic 12
%%annotationfont Times 8
1. Akkoorden
1.1 Drieklanken.
De drieklank is sinds de 16de eeuw het belangrijkste fundament van samenklank in de westerse muziek. De structuur van een drieklank in grondligging is steeds: grondtoon – terts – kwint. De drieklanktonen heten daarom ook ‘grondtoon’, ‘terts’ en ‘kwint’ van het akkoord. Let op: het is dus niet correct om een drieklank als een stapeling van twee tertsen te zien! Elke drieklank kan door omkering tot de grondpositie worden teruggebracht4. Doordat terts (3-/3+) en kwint (5r/5) veranderbaar zijn, bestaan er zes verschillende drieklanken met elk een eigen naam. Van deze zes zijn de majeur en de mineur drieklank consonant, de overige zijn dissonant:
%%stretchlast 1 X:1 T: M:none L:1/1 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:C clef=treble %%annotationfont Times 10 [CEG] | [C_EG] | [CE^G] | [C_E_G] | [C__E_G] | [CE_G] w: a) b) c) d) e) f) %w: majeur mineur overmatig verminderd dubbelverminderd hardverminderd
| a) Groot | = | een grote terts en een reine quint |
| b) Klein | = | een kleine terts en een reine quint |
| c) Overmatig | = | een grote terts en een overmatige quint |
| d) Verminderd | = | een kleine terts en een verminderde quint |
| e) Dubbelverminderd | = | een verminderde terts en verminderde quint |
| f) Hardverminderd | = | een grote terts en verminderde quint |
1.2 Grondligging en omkeringen
We spreken van een drieklank in grondligging (grondakkoord) als de grondtoon van de drieklank in de bas ligt. De sopraannoot is hierbij totaal niet van belang. Zolang de grondtoon maar in de bas ligt, blijft het grondligging.
Als de grondtoon van de drieklank niet in de bas ligt, dan spreken we van omkeringen. Er zijn dan twee mogelijkheden:
- ligt de terts in de bas, dan spreken we van eerste omkering, sextakkoord of tertsbas,
- ligt de kwint in de bas, dan spreken we van tweede omkering, kwartsextakkoord of kwintbas.
Ook bij omkeringen is de sopraannoot niet van belang, het gaat alleen om de toon die in de bas ligt:
X:1 T: M:none L:1/1 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:C clef=treble %%annotationfont Times 14 "enge""_5;3"[D^FA] "ligging""_6;3"[^FAd] "_6;4"[Ad^f] || "_5;3"[D=F_A] "_6;3"[F_Ad] "_6;4"[_Ad=f] ||"wijde""_5;3"[DA^f] "ligging""_6;3"[^Fda] "_6;4"[A^fd'] || "_5;3"[D_A=f] "_6;3"[=Fd_a] "_6;4"[_A=fd']||
1.3 Vierklanken (septiemakkoorden)
Drieklanken kunnen tot septiemakkoorden worden uitgebreid. Aan de volgorde grondtoon + terts + kwint hoef je alleen + septiem toe te voegen. Hieronder zie je de meest voorkomende septiem- akkoorden. De gebruikte becijfering verwijst zowel naar de grondtoon als naar de structuur van het akkoord. Andere manieren van becijferen zijn echter ook mogelijk.
X:1 T: M:none L:1/1 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:C clef=treble %%annotationfont Times 10 [CEG_B] | [C_EG_B] | [C=EG=B] | [C_EG=B] | [C=E^G_B] | [C=E^G=B] | [C_E_G_B] | [C_E_G_B] | [C__E_G__B] | [C=E_G_B] | w: a) b) c) d) e) f) g) h) i) j) %s: "_a)" "_b)" "_c)" "_d)" "_e)" "_f)" "_g)" "_h)" "_i)" "_j)"
| a) Dominant | = | grote drieklank, kleine septime |
| b) Klein | = | kleine drieklank, kleine septime |
| c) Groot | = | grote drieklank, grote septime |
| d) Klein-groot | = | kleine drieklank, grote septime |
| e) Overmatig dominant | = | overmatige drieklank, kleine septime |
| f) Overmatig | = | overmatige drieklank, grote septime |
| g) Verminderd | = | verminderde drieklank, verminderde septime |
| h) Halfverminderd | = | verminderde drieklank, kleine septime |
| i) Dubbelverminderd | = | dubbelverminderde drieklank, verminderde septime |
| j) Hardverminderd | = | hardverminderde drieklank, kleine septime |
1.4 Grondligging en omkeringen
We spreken van een septiemakkoord in grondligging (grondakkoord) als de grondtoon van het septiemakkoord in de bas ligt. Net zoals bij drieklanken is de sopraannoot hierbij totaal niet van belang. Zolang de grondtoon maar in de bas ligt, blijft het grondligging.Als de grondtoon van het septiemakkoord niet in de bas ligt, dan spreken we van omkeringen. Er zijn drie mogelijkheden:
- ligt de terts in de bas, dan spreken we van eerste omkering, kwintsextakkoord of tertsbas,
- ligt de kwint in de bas, dan heet het tweede omkering, tertskwartakkoord of kwintbas,
- ligt de septiem in de bas, dan derde omkering, secunde-akkoord of septiembas.
Ook bij deze omkeringen is de sopraannoot niet van belang, het gaat alleen om de toon die in de bas ligt.
X:1 T: M:none L:1/1 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:C clef=treble %%annotationfont Times 14 "Dominant;septiemakkoord""_;7"[CEG_B] | "kwintsextakkoord""_;6;5"[EG_Bc] | "terts-kwart akkoord""_;(6);4;3"[G_Bce] | "secundakkoord""_;(6);(4);2"[_Bceg]
1.5 Enharmoniek
Septiemakkoorden zijn in klassieke muziek, jazz en lichte muziek vaak uitgangspunt voor enharmoniek. Daarom is een goede kennis van de structuur van septiemakkoorden en hun omkeringen van groot belang. Een mooi voorbeeld van enharmonische mogelijkheden biedt het verminderd septiemakkoord. Dit akkoord is periodisch en cyclisch (net als de heletoonsladder, net als de overmatige drieklank en net als octotoniek). In het verminderd septiemakkoord kan door enharmonische verwisseling elk van de vier tonen de grondtoon worden:
X:1 T: M:none L:1/4 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:C clef=treble %%annotationfont Times 10 C _E _G __B || C ^D ^F A || C _E ^F A || C _E _G A || w: grondtoon~C * * * grondtoon~Dis * * * grondtoon~Fis * * * grondtoon~A * * *
In onderstaand voorbeeld zien we de relatie tussen het verminderd septiemakkoord en octotoniek:
X:1 T: M:none L:1/4 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:C clef=treble %%annotationfont Times 10 C _E _G __B || "x"C D "x"_E F "x"_G ^G "x"A B c
Een andere interessante en vaak gebruikte enharmonische mogelijkheid vinden we in het dubbelverminderd septiemakkoord. In klank is dit akkoord namelijk enharmonisch gelijk aan het dominantseptiemakkoord. Maar beide akkoorden horen niet in dezelfde toonsoort en lossen harmonisch geheel verschillend op:
X:1 T: M:none L:1/1 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:C clef=treble %%annotationfont Times 10 [^DFAc] "klinkt als"x1 [_EFAc] || [FAc^d] "klinkt als"x1 [FAc_e] w: D#~dubbelverminderd F7 O~65 F7
Meestal kom je het dubbelverminderd septiemakkoord in zijn eerste omkering tegen (rechtervb.). Deze ligging wordt overmatig kwintsextakkoord O65 genoemd. Dit O65 akkoord is enharmonisch gelijk aan een dominantseptiemakkoord in grondligging.
1.6 Vijfklanken
Vierklanken kunnen we met een vijfde toon uitbreiden: grondtoon + terts + kwint + septiem + none. Een dergelijke vijfklank komen we vaak tegen als dominantseptnone akkoord op trap V; de none kan hierbij zowel groot als klein zijn. Het none akkoord lost op in de tonica.
X:1 T: M:none L:1/1 %%MIDI program 79 Q:1/1=72 K:C clef=treble %%annotationfont Times 10 "G79"[GBdfa] [Ccceg] || "G7\b9"[GBdf_a] [Ccc_eg] w: C:~V9 I c:~V9 I